Het gebed van Monica voor haar echtgenoot

Waarom staan we eigenlijk stil bij Monica’s gebed voor haar echtgenoot? Immers, wanneer we denken aan Monica, de moeder van Augustinus en aan haar gebeden, dan denken we toch allereerst aan haar gebed voor Augustinus? We denken toch allereerst aan Ambrosius, die tegen Monica zei dat een zoon voor wie zoveel werd gebeden niet verloren kon gaan? Waarom staan we dan stil bij Monica’s gebed voor haar echtgenoot?
Als antwoord op deze vraag zou ik willen geven dat we ook van dit gebed veel kunnen leren. Ik wil graag in het kort een beeld schetsen van de situatie waarin dit gebed van Monica voor haar echtgenoot tot God werd uitgesproken.



Wat was de situatie waarin dit gebed tot God door Monica werd gebeden? De situatie is als volgt: Wanneer Monica 18 jaar oud is, laten haar ouders haar trouwen met Patricius. Deze is raadslid. Patricius is niet gelovig, we zouden zeggen: ‘Hij is buitenkerkelijk opgevoed’. Hij kende God niet. Monica en Patricius krijgen drie kinderen. Een van die kinderen is Augustinus. Het blijkt dat Augustinus heel goed kan leren. Monica is daar heel trots op. Wanneer hij twaalf jaar is geworden sturen Patricius en Monica hem naar beroemde steden om te gaan studeren. Een van die steden is Carthago. Daar studeert Augustinus welsprekendheid.

Dankzij Augustinus’ Confessiones kennen we deze gezinssituatie. Augustinus zegt er het nodige over. Wel niet heel uitgebreid, maar voor ons toch uitgebreid genoeg om te begrijpen wat de gezinssituatie is en hoe het met de relatie van zijn ouders gaat. Uit wat Augustinus zegt blijkt dat Monica’s echtgenoot tijdens zijn huwelijk met Monica overspel pleegt met andere vrouwen. Opvallend is dat Augustinus, als hij er later over spreekt, niet zegt dat het zijn eigen vader is. Hij zegt het volgende over het overspel van (hoogstwaarschijnlijk) zijn vader en over het gebed en de houding van zijn eigen moeder:

[pag. 313 uit: Bidden met Augustinus in de Vroege Kerk]

Zij diende haar man als haar heer en deed haar best om hem voor U te winnen.
Haar trouw in alles getuigde van U, U had haar daarmee versierd, en deze
oprechtheid zorgde ervoor dat haar man haar vol achting bewonderde.

Zijn echtelijke ontrouw verdroeg zij zo,
dat zij daarover met hem nooit onenigheid had.
Zij wachtte immers op Uw ontferming over hem, opdat hij,
als hij eenmaal tot geloof gekomen zou zijn, zijn leven zou veranderen.

Hij was immers iemand –U weet het- die een goed hart had,
maar zich gemakkelijk tot drift liet verleiden.
Maar zij verstond de kunst zich tegen haar man, als hij toornig was,
[juist] niet te verzetten, niet alleen niet door een daad,
maar zelfs niet eens met een woord.

Maar wanneer ze zag dat hij uitgeraasd en kalm geworden was,
dan gaf ze rekenschap van haar handelwijze [en legde die uit],
wanneer hij zich soms wat al te snel had opgewonden over haar.


Het beeld dat we van Monica krijgen is dat ze positief en oprecht is naar haar man toe. Ze verwijt hem niets, maar verdraagt zijn ontrouw. Zij vergeldt niet kwaad voor kwaad, maar goed voor kwaad en wacht op Gods ontferming over hem, ‘opdat hij, als hij eenmaal tot geloof gekomen zou zijn, zijn leven zou veranderen.’ Er is dus bij Monica een gelovig verwachten van iets dat ze op dat moment totaal nog niet ziet! Dit verwachten is ook niet een lijdelijk afwachten, maar een actief en positief verwachten, dat gedragen wordt door gebed en werkelijk christelijke hoop. Een hoop die vervuld wordt, een gebed dat verhoord wordt, want Augustinus schrijft verder:


[pag. 317 uit: Bidden met Augustinus in de Vroege Kerk]

Eindelijk won zij ook haar man [die haar ontrouw was geweest] voor U,
toen hij zich al in de laatste periode van zijn tijdelijke leven bevond.
Zij hoefde bij hem, die nu geloofde in U, geen verdriet meer te hebben
over al die dingen die ze verdragen had toen hij nog niet geloofde.

[Door Uw genade] was zij ook een dienares van Uw dienaren,
ieder van allen die haar kenden prees, eerde en beminde ten zeerste U in haar,
omdat men de aanwezigheid van U in haar hart voelde.
Want de vruchten van haar heilige wandel [met U] getuigden ervan.

Zij is de vrouw van één man geweest,
aan haar ouders heeft ze wedervergelding gedaan.
Zij heeft haar huis vroom bestuurd en zij had getuigenis van goede werken.
Zij heeft haar kinderen opgevoed en verkeerde even vaak in barensnood,
als zij hen van U zag afwijken.


Eindelijk heeft ze voor ons allen, Heere, die Uw dienaren zijn –het is een gave
van U dat we dat mogen zeggen- voor ons, die in U verenigd zijn
na de genade van Uw doop te hebben ontvangen,
zo gezorgd, alsof ze de moeder van ons allen was,
ze heeft ons zo gediend, alsof ze een dochter van ons allen was.

Hier spreekt Augustinus over een moeder die werkelijk moeder was en een spil in haar gezin. Het dienen staat centraal. Ze is dienend bezig, zoals een moeder en een dochter. Voor ons, die in U verenigd zijn. Wie zijn dat? Dat is haar echtgenoot, wanneer hij gedoopt is, na zijn bekering. Dat is Augustinus zelf, die gedoopt werd, na zijn bekering. Dat is zijn zoon Adeodatus, die eveneens gedoopt werd, samen met zijn vader Augustinus. Dat zijn dus drie generaties, die tot Christus gebracht zijn. Het gebed en de houding van Monica speelde daarbij een grote rol. Of mogen we het anders zeggen: Het was de genade van God, van de grote Hoorder der gebeden, dat deze drie generaties tot Hem werden gebracht, namelijk een overspelige echtgenoot, een zoon die er in sexueel opzicht maar op los leefde en een kleinzoon die het kind was van een concubine? Het is zijn eeuwige trouw geweest dat deze drie verschillende generaties tot Hem werden gebracht. Hij, de Heere God Zelf, zal het gebed van een rechtvaardige niet verachten. Hij verhoorde Monica. Hij hoort en verhoort ons ook.

Eindigt hier het verhaal dat wij hebben over de echtgenoot van Monica, die als een ongelovige in het huwelijk stapte met een gelovig meisje van 18? Stopt het verhaal op dit punt dat hij door zijn vrouw tot Christus gebracht werd, door de genade van God? Nee, hier eindigt het verhaal niet. Monica had nog een andere verwachting. Dat ze samen met haar echtgenoot zou opstaan op de jongste dag en dat zij zo samen Christus tegemoet zouden gaan. Daarom werd er  toen hij overleed een dubbel graf aangelegd, waar ze naast elkaar konden rusten tot de jongste dag. Voor Patricius en Monica. Hij werd hier liefdevol begraven en ze hield het graf  vrijwel dagelijks bij. Ze had als wens dat ze zelf, als ze zou komen te overlijden, ook naast hem zou worden begraven. Augustinus zegt hier het volgende over:

[pag. 321 uit: Bidden met Augustinus in de Vroege Kerk]

Ik overdacht Uw gaven, o onzichtbare God,
gaven die U in de harten van de gelovigen legt,
waaruit wonderbare vruchten voortkomen.
Ik verheugde mij en dankte U.

Ik herinnerde mij, wat ik wel wist [en waar ik met ontroering aan terugdenk],
met hoeveel zorg en onrust zij altijd vervuld was geweest over haar graf,
waarvoor ze gezorgd had en dat ze had laten aanleggen naast het lichaam van haar man.

Want omdat ze in grote gezindheid samen hadden geleefd,
wilde ze ook dat aan dat geluk nog zou worden toegevoegd dat
het stoffelijk overschot van hen beiden door dezelfde aarde zou worden bedekt.

Ik weet niet [Heere God] wanneer deze onvervulbare wens
door de volheid van Uw goedheid uit haar hart geweken is,
maar ik verheugde me erover dat ze zich zo tegen mij geuit had,
ook al was in een eerder gesprek aan mij reeds gebleken
dat zij er niet meer naar verlangde om in haar vaderland te sterven.



We weten dat het uiteindelijk allemaal anders is gegaan dan Monica zich voorgesteld had.. Verkerend in Ostia is ze daar ziek geworden en dus niet in Noord Africa, maar in Italië overleden. Omdat Augustinus wel wist hoezeer ze gesteld was op die bijzondere plek waar haar echtgenoot begraven was en hoe sterk ze er altijd naar verlangde om daar ooit samen met hem begraven te worden, maakte hij zich er zorgen over hoe het met haar begrafenis moest als ze in Ostia overleed. Het was in ieder geval een bespreekpunt. Wilde ze, nadat ze overleden was, overgevaren worden naar Noord Africa en daar alsnog begraven worden bij haar echtgenoot?  Dit vond ze echter volstrekt overbodig, omdat God haar ook in Italië wel zou weten te vinden als Hij wederkwam. Het was voor haar een ondergeschikt punt geworden. Ze zei letterlijk: ‘Niets is ver voor God; ik hoef niet bang te zijn dat Hij aan het eind der eeuwen de plaats niet zou kennen, waar Hij mij weer zal doen opstaan.’

Indringend en opvallend is dat Monica ook na de dood van haar man nog zo’n sterk verlangen heeft om samen met hem te zijn en zo’n grote verbondenheid voelt met haar overleden echtgenoot. Het betekent dat de relatie aan het eind van haar leven met haar man goed moet zijn geweest, na al de moeilijkheden die er in het verleden gepasseerd waren, moeilijkheden die ze aan God had voorgelegd in een aanhoudend gebed. De einduitkomst was een echtpaar dat gelovig en liefdevol samenleefde, op weg naar de grote toekomst van Jezus Christus. Haar echtgenoot ging haar daarin voor. Zelf volgde ze op haar 56e levensjaar. Na haar overlijden werd ze begraven, eerst in Ostia en later in Rome, in de Sant’ Augustino, vlakbij het Piazza Navona. Daar ligt ze nog steeds, als ik het zo mag zeggen, wachtend op de grote toekomst en verschijning van onze Heere Jezus Christus. In Noord-Africa is een dubbel graf, waarin haar echtgenoot Patricius begraven ligt, wachtend op diezelfde grote toekomst. God zal ze beiden weten te vinden.

We denken aan het slot van de Openbaring en sluiten hiermee af: De bruidegom zegt: ‘Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster. En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort zegge: ‘Kom! Die dorst heeft, kome; en die wil, laat hij/zij het water des levens nemen om niet.’ Na vers 18 en 19 zegt de Bruidegom nog eenmaal: ‘Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen.’ waarop de Bruid vol verlangen reageert: Ja, kom toch, Heere Jezus!’

Dit verlangen herkennen we. Het is het verlangen van ieder die de Heere Jezus liefheeft. Dat verlangen leeft nu ook, naar we hopen, bij ieder die hier vanavond kan zijn, dat verlangen is er en het was er ook in het geloofsleven van de Vroege Kerk. Dit verlangen leefde ook in Monica. Dit verlangen gaat nooit over. Mag dit verlangen ons steeds in gebed uitdrijven tot Christus Zelf, Die dit verlangen op een unieke wijze stillen kan! Hem zij de roem en de eer!

November 2012, Marten van Willigen.

 

Breadcrumbs Advanced

Thuis IKOON IKOON thema’s Het gebed van Monica...
2003 - 2015 Nijkerkse Interkerkelijke Commissie Evangelisatie Activiteiten | Facebook | Twitter |