Het gebed van moeder Monica voor haar zoon Augustinus.

 

De kracht van het persoonlijke gebed.

Als er één persoon in de christelijke oudheid is die ons de kracht van het persoonlijk gebed duidelijk maakt, dan is dat Monica, de moeder van Augustinus. Het gebed van Monica voor haar zoon en voor haar echtgenoot is haast spreekwoordelijk. Wie kent niet de uitspraak van Ambrosius die tegen Monica zei dat een zoon voor wie zoveel werd gebeden niet verloren kon gaan? Dit gebed is ook bepaald niet zonder vrucht geweest. Sterker nog, door haar persoonlijke gebed heeft Monica zowel haar zoon Augustinus, als haar echtgenoot Patricius tot Christus mogen brengen. En dan zo dat niet zij daarvan de roem kreeg, want dat was wel het laatste dat ze wilde. Nee, het lag fundamenteel ergens anders . Ook Monica leefde vanuit het adagium: Hem zij voor alles .....de lof, de eer en de aanbidding. Dankzij de genade van deze Hoorder der gebeden werd ook Augustinus tot God gebracht.


Uit de Confessiones weten we dat moeder Monica intensief bad voor haar zoon Augustinus. Dit intense persoonlijke gebed heeft Augustinus van nabij meegemaakt. Het was hem welbekend. Hij refereert hieraan als hij in boek VI vertelt hoe hij de oversteek van Afrika naar Italië waagde en zijn eigen moeder niet mee wil nemen.

Waarom ik van hier (=Noord-Africa) vertrok en daarheen (=naar Italie) ging, dat wist U, o God, maar U gaf het mij niet te kennen en ook aan mijn moeder maakte U dat [toen] niet duidelijk. Zij was erg verdrietig over mijn vertrek en begeleidde mij tot aan de zee.

En omdat ze mij met geweld tegen wilde houden en mij [vervolgens] weer met zich mee wilde nemen naar huis, of wellicht zelfs van plan was om met mij mee te reizen, bedotte ik mijn moeder. Ik zei dat ik bij een vriend wilde blijven die op een gunstige wind wachtte om uit te kunnen zeilen. Ik bedroog mijn moeder –en dan nog wel zo’n moeder- en ontsnapte. Ook dat hebt U mij vergeven in Uw barmhartigheid.

U behoedde mij voor de wateren van de zee, mij die vol was van afschuwelijke onreinheid, totdat U mij bracht tot het water van Uw genade, opdat ik daardoor zou worden afgewassen.
Maar ook opdat de tranenvloed uit de ogen van mijn moeder zou opdrogen, een tranenvloed waarmee ze dagelijks in gebed tot U de aarde onder haar aangezicht bevochtigde.



Uit dit fragment blijkt duidelijk dat het voor Augustinus geen geheim was hoe Monica zich opstelde tegenover hem, en hoe hij ook wist van, ja sterker nog, zeer goed op de hoogte was van  haar gebedsleven. Achteraf bekent hij biddend aan God zijn verkeerde handelen. Hij misleidde zijn moeder die daardoor alleen in Africa achter bleef. Ondanks dit alles was het toch zo dat zij Augustinus in het gebed bleef gedenken. Uit het oog was bij Monica niet uit het hart.

Augustinus wordt vervolgens ernstig ziek in Italië. Zijn moeder weet hier niet vanaf. Maar zijn moeder vergeet hem niet. Dit kunnen we opmaken uit het het volgende citaat uit de confessiones:

[Augustinus, Confessiones V,ix,16-17]

En zij wist dit niet [namelijk dat Augustinus ernstig ziek was] en toch bad ze in haar afwezigheid voor mij. U echter, die alomtegenwoordig bent, verhoorde haar, waar zij was en waar ik was ontfermde U Zich over mij, zodat ik de gezondheid van mijn lichaam terugkreeg, hoewel ik nog steeds ziek was in mijn goddeloze hart....Ik kan dus niet begrijpen, hoe zij genezen zou zijn, indien mijn sterven in die toestand de ingewanden van haar liefde doorstriemd zou hebben. En waar zouden dan de zo intense gebeden gebleven zijn, die ze zo dikwijls zonder onderbreking opgezonden had [tot U]? Toch nergens anders dan bij U! [Etc.]

Uiteindelijk laat zij zich niet van de wijs brengen en reist Augustinus achterna, terwijl ze voor haar zoon voortdurend in gebed blijft. [Zie citaat: Reeds was mijn moeder tot mij gekomen...engel van God. In de Confessiones spreekt Augustinus hierover in: boek VI,i,1]

‘Reeds was mijn moeder tot mij gekomen, sterk in haar vroomheid. Ze volgde mij over land en zee en was in alle gevaren zonder vrees in haar vertrouwen op U. Want gedurende de gevaren op zee troostte zij zelfs de zeelieden......En zij trof mij aan in ernstig gevaar, omdat ik eraan wanhoopte de waarheid te vinden. Toch sprong ze niet op van vreugde toen ik haar vertelde dat ik geen Manicheeër meer was en overigens ook nog geen katholiek Christen........Haar hart trilde niet van onstuimige vreugde, toen ze hoorde, dat voor een zo groot deel reeds geschied was, wat zij dagelijks onder tranen van U smeekte....Zij antwoordde mij zeer kalm en met een hart vol vertrouwen, dat zij geloofde in Christus, dat zij, alvorens uit dit leven te scheiden, mij als een gelovig katholiek zou zien. Dat zei ze mij. Maar tot U, o Bron der barmhartigheden, verdubbelde zij haar gebeden en tranen, opdat U zich zou haasten tot haar hulp en mijn duisternis zou doen opklaren. Nog ijveriger liep zij naar de kerk en hing aan de lippen van Ambrosius, naar de fontein van water, die springt tot in het eeuwige leven. Ze had die man lief als een engel van God.’

Al lezend in de Confessiones ontdekken we dat Monica Augustinus niet losliet, maar ook in Milaan was en daar in contact kwam met Ambrosius. Uit de bronnen weten we dat Monica Augustinus volgt en dat de uiteindelijke bekering van haar zoon een verhoring is van haar gebed. Dat lezen we heel duidelijk in de woorden die ze spreekt aan het eind van haar leven. Deze woorden zijn door Augustinus opgeschreven en uitgesproken in Ostia, de havenplaats, waar ze naartoe gegaan was om weer terug te keren naar Africa. Zover is het echter nooit meer gekomen. Augustinus, die zijn moeder uitgeleide deed voor haar reis naar Africa, en Monica zelf logeerden in een pension in Ostia. Daar kreeg Augustinus met zijn moeder een intens gesprek over en een bijzonder vergezicht op de eeuwigheid en krijgt de hemelse toekomst voor hen beiden een bijzondere glans. Het is alsof ze een ogenblik mogen opzien naar de Schepper van hemel en aarde, Die tegen Zijn kinderen zegt, wanneer zij het aardse met het hemelse gaan verwisselen: ‘Ga in, in de vreugde Uws Heeren.’ Augustinus vraagt zich af: ‘En wanneer zal dat zijn? Zal het zijn wanneer wij allen opstaan, maar niet allen veranderd zullen worden?’ [Conf. IX,x,25] Vervolgens herinnert hij zich de woorden die zijn moeder sprak, waarin grote dankbaarheid aan God, haar Schepper en Formeerder doorklinkt.

Ik citeer: Dergelijke dingen zei ik, zij het dan niet op die manier en met die woorden: maar toch, Heere, Gij weet, dat op die dag, toen wij dergelijke dingen met elkaar spraken en onder onze woorden de wereld met al haar bekoorlijkheden voor ons haar waarde geheel verloor, zij toen zei: ‘Mijn zoon, wat mij aangaat, niets in dit leven bekoort mij nog. Wat ik hier nog moet doen en waarom ik hier ben, weet ik niet, want van de wereld verwacht ik niets meer. Een ding was er, waarom ik nog een poosje in dit leven wenste te blijven, namelijk dat ik jou mocht zien als een katholiek christen, voor mijn  sterven. Meer dan mijn verlangen heeft God mij geschonken, zodat ik zelfs mag zien, dat jij, met verachting van aards geluk, de dienaar van Hem bent.’

Wat ik hierop geantwoord heb, weet ik me niet meer voldoende te herinneren; maar onmiddellijk daarna, ongeveer vijf dagen of iets meer, legde zij zich in koortsen te bed. En toen ze daar ziek lag, overviel haar op zekere dag een bewusteloosheid en was ze korte tijd buiten kennis.

Tot zover Augustinus over zijn biddende moeder. We willen nu nog stilstaan bij het gebed van deze zelfde Monica voor haar echtgenoot, Patricius. Zo wil ik met dit tweeluik deze avond de kracht van het persoonlijk gebed illustreren.

November 2012, Marten van Willigen

 

Breadcrumbs Advanced

Thuis IKOON IKOON thema’s Het gebed van Monica...
2003 - 2015 Nijkerkse Interkerkelijke Commissie Evangelisatie Activiteiten | Facebook | Twitter |