Het groepje gasten is zo verdiept in hun spel dat ze het dieptrieste verhaal niet horen dat een van onze vaste gasten deelt. Althans, wat hij probeert te delen. Stamelend en zoekend naar woorden komt zijn bericht naar buiten. Af en toe grijpt hij naar zijn hoofd omdat de spelende buren aan het eind van de tafel veel lawaai maken. ‘Nee, het gaat niet goed met mij.’ Hij fluistert bijna. De altijd zo opgewekte man straalt nu een doffe gelatenheid uit. ‘Het is mijn hoofd. Er is weer een scan gemaakt. De uitslag laat nog op zich wachten, maar ik voel gewoon dat het niet goed is. Alsof er iets op het punt staat te knappen in mijn hoofd. De hele dag door is er die pijn; geen enkele pijnstiller brengt verlichting. Aan zo’n aneurysma is niets te doen. Ze kunnen daar niet opereren. En nu is het wachten tot het knapt, denk ik.’
Zijn verhaal is eruit en komt binnen. De vorige keer zat hij nog vol plannen. Zijn tuin werd gerenoveerd en hij zou er zelf de laatste hand aan leggen. Trots had hij de foto’s getoond. Hij wilde zijn werk nog op een goede manier afronden en afscheid nemen met een voldaan gevoel. Ze waren er allebei klaar voor om samen te gaan wonen en een toekomst op te bouwen.
‘Het voelt zo onaf… Alsof ik met mijn staart tussen de benen moet afdruipen. Ik had me dit zo anders voorgesteld.’
Hij vertelt over zijn zoon uit een eerder huwelijk, met wie hij juist weer een band aan het opbouwen is. Over de liefde van zijn aanstaande, die hij dan achter moet laten. ‘Ik weet waar ik heenga, echt. Dat is de beste plaats. Maar ik ben er nog niet klaar voor.’ Hij kreunt en legt zijn vingers op zijn klamme voorhoofd.
Moeizaam staat hij op. Uit zijn vermoeide ogen straalt ook dankbaarheid voor het luisteren. Voor de hand op zijn schouder. Voor het bidden dat we voor hem zullen doen.
Eén man kijkt even op van het spannende spel. Dan wordt hij aan zijn schouder geschud. ‘Let op, jij bent aan de beurt!’ Het spel is nog niet af.
Zij zullen het spelen tot het echt klaar is. Tot ze met een voldaan gevoel naar huis gaan na een middag in de Huiskamer. Ook dat is goed.
Wij hebben het leven niet in de hand. Maar onze God wel. Hij houdt ons in zijn hand van het begin tot het einde. Dat maakt het af.