We zijn weer een nieuwe tijd ingegaan, het jaar 2026 ligt als onontgonnen land voor ons vol hoop en vrees wat het brengen zal.
‘Ach, zo nieuw zal het niet worden’ verzucht een trouwe gast. ‘De tijd gaat gewoon door ook al heet het jaar anders.’
Er lijkt een storm op te steken over de wereldproblematiek en dat die alleen maar groter zal worden dit jaar. Maar uiteindelijk weet niemand de juiste woorden te vinden voor zulke grote zaken waar geen woorden voor zijn.
Terugblikken doen we ook. ‘Ik heb nog nooit zo’n zwaar jaar gehad’ zegt de jonge vrouw vanuit haar rolstoel. En ze vertelt over haar doorwaakte nachten, haar pijn en hoe haar lichaam haar steeds vaker in de steek liet.
Ze dreigt de moed op te geven, terwijl we haar kennen als een opgewekte doorzetter die altijd wel ergens een lichtje zag. ‘Het is zo zwaar, ik kan soms niet meer geloven dat God van me houdt…’ Gelukkig is er iemand die de juiste woorden voor haar heeft zodat ze niet zonder hoop weg hoeft te gaan.
Het wordt steeds drukker in de Huiskamer en daarmee ook vrolijker. Een man legt triomfantelijk een doosje chocolaatjes op tafel. ‘Voor mijn verjaardag morgen. Ik trakteer!’ We feliciteren hem alvast hartelijk terwijl het lekkere doosje rondgaat.
Een echtpaar uit Hoevelaken laten zich verrast rondleiden door de verschillende ruimtes van de Huiskamer. ‘Wat een gezelligheid hier, en ja, doe toch maar dat kopje koffie’… Want deze warmte hadden ze niet verwacht. Ze zijn benieuwd naar ons inloophuis en ‘Oh? Is het hier Christelijk? Maar dat is toch niet meer van deze tijd?’
De man vertelt hoe hij bij de doop van zijn tweede kind het geloof vaarwel heeft gezegd, hij moest teveel beloven, vond hij en nu leeft hij weer vrij. ‘Al die oude tradities, wat moet je ermee?’ Zijn vrouw oppert dat bepaalde tradities best waardevol zijn, maar hij graaft met een hand in zijn zak.
‘Zit hier soms ergens een ambachtelijke juwelier? Die nog echt verstand heeft van oude originele horloges? Dit is een erfstuk van mijn vader, zo jammer dat hij stilstaat. Er zit zelfs een opdraaiknopje op.’ Hij koestert zijn klokje dat niet meer van deze tijd is..
Terwijl de man de uitgang zoekt blijft zijn vrouw voor de open Binnenkamer staan. Ze zet een stapje naar binnen en staart naar het grote kruis. ‘Zo jammer dat mijn man niet meer gelooft.’ zegt ze zacht. ‘De tijd is voorbij dat ik een gesprek daarover begon met hem. Maar ik mis het elke dag. Dank je wel voor je aandacht. Ik kom graag terug.’
Maar daar is haar man die haar terug brengt naar de werkelijkheid van het hier en nu. ‘Toch een fijn gesprek’ zegt hij met een stevige handdruk. ‘Dank u wel.’
Ook dit jaar zullen er mensen blijven komen met verlangen naar aandacht. Met een soms onbewuste honger naar God die gestild moet worden. Dat is nog steeds van deze tijd.
Arna van Deelen